Spreekrecht Burgers

U bent hier: Informatie » Spreekrecht Burgers

Spreekrecht Burgers

Spreekrecht burgers bij commissievergaderingen

conform artikel 17 van de Verordening op de raadscommissies 2010 (vastgesteld d.d. 09-12-2010)

Lid 1: Na opening van de vergadering kunnen andere aanwezigen gezamenlijk gedurende maximaal 30 minuten het woord voeren over ALLE onderwerpen, als het maar betrekking heeft op de gemeente Neerijnen.

Lid 2a: Het woord kan niet gevoerd worden over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan.

Lid 2b: Het woord kan eveneens niet gevoerd worden over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen.

Lid 2c: Als laatste kan het woord niet gevoerd worden over een gedraging waarover een klacht ex. artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.

Lid 3: Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit tenminste voor 12 uur op de dag van de commissievergadering aan de raadsgriffier. Hij/zij vermeldt hierbij zijn/haar naam, adres, e-mailadres, telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij/zij het woord wil voeren.

Lid4: De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering.

Lid 5: Elke spreker/spreekster krijgt maximaal 5 minuten het woord. De voorzitter verdeeld de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes insprekers zijn aangemeld. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.

Lid 6: De spreker/spreekster voert het woord, nadat de voorzitter hem/haar dit heeft verleend. Na het spreekrecht kunnen er vragen worden gesteld door de commissieleden.

Lid 6a: Als er wordt ingesproken over een geagendeerd onderwerp, wordt door de commissie uitsluitsel gegeven aan de inspreker bij de behandeling van het onderwerp in de vergadering.

Lid 6b: Als er wordt ingesproken op een ingekomen stuk, voorkomend op de Lijst ingekomen stukken, zal de commissie direct, nadat is ingesproken, bepalen wat ermee gebeurt.

Lid 6c: Als er wordt ingesproken over een niet geagendeerd onderwerp, wordt er op dat moment geen standpunt ingenomen door de commissie. De commissie krijgt van het college van B&W een advies, hoe met de inbreng van de inspreker/inspreekster om te gaan. Dit wordt in een volgende commissie besproken. Vervolgens ontvangt de inspreker/inspreekster een brief van de raadsgriffier met de conclusie die getrokken is door de commissie naar aanleiding van zijn/haar inspreken.

Spreekrecht burgers bij raadsvergaderingen

conform artikel 18 van het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Neerijnen 2010 (vastgesteld d.d. 09-12-2010)

Lid 1: Na opening van de vergadering kunnen andere aanwezige burgers gezamenlijk gedurende maximaal 30 minuten het woord voeren over geagendeerde onderwerpen, ALLEEN als de inspreker/inspreekster ook heeft ingesproken bij de voorbereidende commissievergadering.

Lid 2a: Het woord kan niet gevoerd worden over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep bij de rechter openstaat of heeft opengestaan.

Lid 2b: Het woord kan eveneens niet worden gevoerd over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen.

Lid 2c: Als laatste kan het woord niet bevoerd worden indien een klacht ex. artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.

Lid 3: Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit tenminste voor 12 uur op de dag van de te houden raadsvergadering aan de raadsgriffier. Hij/zij vermeldt daarbij zijn/haar naam, adres, e-mailadres, telefoonnummer en het onderwerp waarover hij/zij het woord wil voeren.

Lid 4: De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering.

Lid 5: Elke spreker/spreekster krijgt maximaal 5 minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers, als er meer dan zes insprekers zijn aangemeld. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.

Lid 6: De spreker/spreekster voert het woord, nadat de voorzitter hem/haar dit heeft verleend. Na het spreekrecht kunnen er vragen worden gesteld door de raadsleden. De voorzitter of een lid van de gemeenteraad doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de insprekende burger.

N.B: het inspreken bij de raadsvergadering dient geen herhaling te zijn van hetgeen is ingesproken bij de raadadviescommissie. Het behoort aanvullende en/of nader toelichtende informatie te bevatten naar aanleiding van de beraadslaging over het onderwerp in de raadadviescommissie.